ECLI:NL:CRVB:2000:AA7177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Vergoeding van gederfde rente door onrechtmatige terugvordering AAW-uitkering
Appellant ontving een AAW-uitkering die door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) onterecht werd teruggevorderd voor de periode van 1 november 1993 tot 1 januari 1994. Hoewel de rechtbank de terugvordering handhaafde, trok Lisv deze besluiten later in en besloot het bedrag terug te storten.
Appellant had echter al aan de terugvordering voldaan en leed daardoor schade in de vorm van gederfde rente-inkomsten over het onverschuldigd betaalde bedrag. Hij vorderde daarom vergoeding van deze schade op grond van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad oordeelde dat de terugvordering onrechtmatig was en dat de gederfde rente-inkomsten als schade moesten worden vergoed. De wettelijke rente wordt berekend vanaf het moment van afschrijving van het bedrag van de rekening van appellant, waarbij jaarlijks de rente wordt vermeerderd met de rente over het voorgaande jaar.
Daarnaast veroordeelde de Raad Lisv tot vergoeding van de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep, alsmede tot terugbetaling van het gestorte griffierecht. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de beroepen van appellant werden alsnog gegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van de AAW-uitkering wordt vernietigd en Lisv wordt veroordeeld tot vergoeding van de gederfde rente en proceskosten.