ECLI:NL:CRVB:2009:BH0997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vaststelling meerinkomen en schadevergoeding door IB-Groep
Appellante werd door de IB-Groep geconfronteerd met een vordering wegens zogenoemd meerinkomen over 2003, gebaseerd op door de belastingdienst verstrekte gegevens. Na bezwaar en beroep werd aanvankelijk het besluit van de IB-Groep bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep stelde de IB-Groep uiteindelijk dat de vordering was vervallen omdat rekening was gehouden met negatieve inkomsten uit eigen woningbezit, waardoor er geen sprake was van meerinkomen. De Raad stelde vast dat de oorspronkelijke vaststelling onjuist was vanwege onvolledige belastinggegevens.
De Raad oordeelde dat de IB-Groep verantwoordelijk is voor de rechtsvaststelling en dat de onjuiste vaststelling onrechtmatig is, ongeacht het feit dat appellante in bezwaar niet de juiste argumenten had aangedragen. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het primaire besluit, en veroordeelde de IB-Groep tot vergoeding van wettelijke rente, griffierecht en reiskosten.
De schadevergoeding omvatte de wettelijke rente over de periode dat appellante het bedrag had betaald, terugbetaling van het griffierecht van €144,- en vergoeding van reiskosten van €16,80. Hiermee werd het geschil definitief beslecht in het voordeel van appellante.
Uitkomst: Het besluit van de IB-Groep wordt vernietigd en appellante krijgt schadevergoeding inclusief rente, griffierecht en reiskosten.