ECLI:NL:CRVB:2005:AS4847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering en boete vernietigd wegens ondeugdelijke grondslag en onterecht opgelegde boete
Appellante ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Bij heronderzoek bleek dat de saldi op haar en haar zoon zijn rekeningen hoger waren dan eerder vastgesteld, waarop gedaagde besloot het recht op bijstand te herzien en terug te vorderen, gebaseerd op een veronderstelde wekelijkse onderhoudsbijdrage van de vader van haar zoon.
Appellante betwistte dat zij een wekelijkse onderhoudsbijdrage ontving en stelde dat het geld van haar eigen rekening kwam. De Raad concludeerde dat er onvoldoende objectieve en verifieerbare gegevens waren om de onderhoudsbijdrage vast te stellen en dat het besluit tot herziening en terugvordering op een ondeugdelijke grondslag berustte.
Ook de opgelegde boete wegens vermeende schending van de inlichtingenplicht werd vernietigd, omdat onvoldoende bewijs bestond dat appellante onjuiste informatie had verstrekt. Verzoeken tot schadevergoeding werden afgewezen wegens gebrek aan inzicht in de omvang van de geleden schade.
De Raad veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep en bepaalde dat nieuwe besluiten op bezwaar moeten worden genomen met inachtneming van de uitspraak.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 1 februari 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten tot herziening en boete wegens ondeugdelijke grondslag en onvoldoende bewijs, en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van proceskosten.