Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 januari 2026 op het hoger beroep van:
[naam 1] , te [woonplaats]
Openbaar Ministerie(OM), Landelijk Parket, te Amsterdam, tegen [naam 1]
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Ten aanzien van feit 1: in de periode van 1 november 2016 tot en met 30 november 2016 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen opzettelijk een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, te weten:
Uitspraak van de accountantskamer
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
'betreft die 'in haast en onzorgvuldigheid' is gemaakt. Betrokkene heeft dat echter op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt, daargelaten dat haast en onzorgvuldigheid geen excuus zijn. De Accountantskamer is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat betrokkene de factuur van 15 november 2016 heeft opgemaakt, terwijl sprake was van terugbetaling van een lening. Het valselijk opmaken van deze factuur is in strijd met de fundamentele beginselen integriteit en professionaliteit.
Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak van de accountantskamer voor zover de termijn waarbinnen [naam 1] niet opnieuw in de registers kan worden ingeschreven, is bepaald op tien jaar;
- bepaalt de termijn waarbinnen [naam 1] niet opnieuw in de registers kan worden ingeschreven op vijf jaar.