ECLI:NL:HR:1996:AA1946
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting 1991 wegens aftrekbaarheid schadevergoeding na brandschade aan bedrijfsvoorwerp
Belanghebbende, ondernemer in 1991, bracht in zijn aangifte een aftrekpost op de winst uit onderneming op van ƒ 33.314,15, bestaande uit een schadevergoeding van ƒ 26.000,- en advocaatkosten van ƒ 7.314,15. Deze uitgaven waren het gevolg van een civiele procedure waarin belanghebbende was veroordeeld wegens opzettelijk veroorzaakte brandschade aan een schip dat hij in reparatie had.
De Inspecteur weigerde deze aftrek, waarna het Hof Arnhem deze weigering bevestigde met het oordeel dat niet was aangetoond dat de brand in het kader van de onderneming was gesticht. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onvoldoende gemotiveerd heeft vastgesteld of de kosten als ondernemingskosten aftrekbaar zijn en dat het Hof ten onrechte de bewijslast onjuist heeft verdeeld.
De Hoge Raad benadrukt dat schade veroorzaakt door de ondernemer aan bedrijfsvoorwerpen in principe ondernemingskosten zijn, tenzij de schade in de privésfeer ligt. Het oordeel over de feitelijke schuld van de brandstichting is niet in cassatie toetsbaar. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht die belanghebbende in cassatie heeft gemaakt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Arnhem en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing.