Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 september 2025 in de zaak tussen
[naam 1] , te [woonplaats] (de maatschap)
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Procesverloop
Overwegingen
26 oktober 2022 en 15 december 2022 diverse niet-nalevingen hebben geconstateerd van de volgende randvoorwaarden op het gebied van ‘Volksgezondheid, diergezondheid en gezondheid van planten’ (ook wel gezondheid) en op het gebied van ‘Dierenwelzijn’ (zoals weergegeven in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (Verordening 1306/2013) en bijlage 3 bij de Uitvoeringsregeling):
niet-naleving wegens nalatigheid.
Bevindingen dinsdag 27 september 2022:
[…]
Ten aanzien van de volgende overtreden artikelen hebben wij, [namen toezichthouders], de volgende bevindingen vastgesteld:
Artikel 1.7 onder c van het Besluit houders van dieren. (Passende wijze verzorgen)
Wij zagen dat er op de deel/grupstal een schaap in het stro lag. Wij zagen dat dit schaap niet meer kon staan. Wij zagen dat dit schaap nog een ademhaling had en nog iets bewoog met zijn poten en kop. Wij zagen dat er voor dit schaap geen voer en water beschikbaar was.
Op mijn vraag of er al een dierenarts voor dit schaap was geconsulteerd antwoordde
[naam 2] als volgt: "Dit schaap heb ik enkele dagen geleden achter de dijk uit
[…]”
– kort gezegd – dat percentage te verlagen tot 1% of te verhogen tot 5% van dat totale bedrag dan wel in bepaalde gevallen om geen gevolg te geven aan de vastgestelde niet-naleving of in het geheel geen verlagingen op te leggen. Op grond van het vierde lid van die bepaling wordt – kort gezegd – de verlaging die voor een niet-naleving overeenkomstig het eerste lid is toegepast, bij de eerste herhaling van dezelfde niet-naleving vermenigvuldigd met de factor drie.
6 juni 2018, Nooren, C-667/16 (ECLI:EU:C:2018:394) worden, als meerdere gevallen van niet-naleving zijn geconstateerd die tot eenzelfde gebied behoren, de verlaging voor niet-naleving door nalatigheid en de verlaging voor opzettelijke niet-naleving bij elkaar opgeteld (zie de uitspraak van het College van 5 maart 2019 (ECLI:NL:CBB:2019:91)). Dit betekent dat op het gebied van dierenwelzijn de niet-naleving door opzet van 30% (zoals hiervoor onder 6.4.4 vastgesteld) moet worden opgeteld bij de niet-naleving door nalatigheid van 5% (zoals hiervoor onder 6.7.4 vastgesteld), wat resulteert in een korting van 35%.
Beslissing
€ 3.108,-.
16 september 2025.