De zaak betreft het methodebesluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) voor de tariefregulering van regionale netbeheerders elektriciteit voor de periode 2022-2026. Diverse partijen, waaronder Stedin, Enexis, Netbeheer Nederland en VEMW, hebben beroep ingesteld tegen dit besluit, met name tegen de vaststelling van de q-factor, de productiviteitsverandering, de afschrijvingsklif en de Weighted Average Cost of Capital (WACC).
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft geoordeeld dat de ACM bevoegd is het methodebesluit vast te stellen op grond van de Elektriciteitswet 1998 en dat de q-factor als kwaliteitsprikkel passend is binnen de maatstafregulering. De kritiek van Stedin op de q-factor, waaronder vermeende perverse prikkels en meetproblemen, wordt niet gevolgd. De ACM heeft voldoende gemotiveerd dat de gehanteerde onderzoeken en methoden aanvaardbaar zijn.
Ten aanzien van de productiviteitsverandering oordeelt het College dat de ACM een te lange meetperiode heeft gehanteerd en draagt het College de ACM op de periode 2017-2021 te gebruiken voor de herberekening. De door Netbeheer voorgestelde algehele nacalculatie wordt afgewezen als niet passend binnen het reguleringskader.
De correctie voor de afschrijvingsklif wordt door het College aanvaard als noodzakelijk om dubbele vergoeding van kosten te voorkomen. De bezwaren van Netbeheer tegen deze correctie worden verworpen.
Met betrekking tot de WACC en de kostenvoet eigen vermogen wijst het College de bezwaren van Netbeheer af. De ACM mag het Capital Asset Pricing Model (CAPM) gebruiken en is niet verplicht opslagen toe te passen voor lage bèta, waarde-aandelen, illiquiditeit of beperkte diversifieerbaarheid. Het College benadrukt dat het rendement moet worden vastgesteld alsof de aandelen vrij verhandelbaar zijn, conform het doel van het reguleringssysteem.
Het College concludeert dat het methodebesluit in stand blijft, met uitzondering van de opdracht aan de ACM om de productiviteitsverandering opnieuw te berekenen op basis van een kortere meetperiode en de begininkomsten 2021 vast te stellen op de daadwerkelijke efficiënte kosten.