ECLI:NL:CBB:2018:283
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Prejudicieel verzoek
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over uniform capaciteitstarief en artikel 13 Gasverordening
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelt een geschil over het door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) vastgestelde BAT-tarief voor bestaande gasnetaansluitingen beheerd door Gas Transport Services B.V. (GTS). De appellanten, Vereniging Gasopslag Nederland (VGN) en TAQA Gas Storage B.V. en aanverwante ondernemingen, betwisten dat het uniforme tarief, gebaseerd op gecontracteerde capaciteit, niet kostenreflectief is en leiden tot disproportionele lasten voor gasopslagbedrijven.
VGN en TAQA stellen dat het uniforme tarief in strijd is met artikel 13 van Pro Verordening (EG) nr. 715/2009, omdat het geen rekening houdt met de werkelijke beheer- en onderhoudskosten die niet recht evenredig stijgen met de gecontracteerde capaciteit. Dit leidt tot discriminatie en kruissubsidiëring, waarbij gasopslagen onevenredig bijdragen aan de kosten van bestaande aansluitingen.
ACM verdedigt het uniforme tarief als kostenreflectief in algemene zin en stelt dat artikel 13 geen Pro specifieke methode voorschrijft voor kostenallocatie. Het College overweegt dat de uitleg van artikel 13 onduidelijk Pro is en dat het daarom een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie stelt over de verenigbaarheid van het uniforme capaciteitstarief met deze bepaling.
De procedure wordt geschorst in afwachting van de prejudiciële beslissing, waarbij het College iedere verdere beslissing aanhoudt. De uitspraak is gedaan door de drie rechters en griffier op 12 juni 2018.
Uitkomst: De procedure wordt geschorst en verdere beslissing aangehouden in afwachting van prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie over de verenigbaarheid van het uniforme capaciteitstarief met artikel 13 Gasverordening.