ECLI:NL:CBB:2022:424
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding rookverbod in rookruimte tijdens inspectie
Appellant, eigenaar van een eenmanszaak, kreeg een boete opgelegd wegens het niet handhaven van het rookverbod in een rookruimte, gebaseerd op een inspectierapport van de NVWA. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het rapport en de camerabeelden het verrichten van werkzaamheden in de rookruimte bevestigen.
In hoger beroep betwistte appellant de juistheid van het rapport en stelde dat het onmogelijk was om onopgemerkt van buitenaf de rookruimte te observeren. Het College oordeelde echter dat het rapport betrouwbaar is, dat het ophalen van glazen uit de rookruimte door de inspecteur vanaf buiten kon worden waargenomen en dat het rapport en de toelichting daarop niet in tegenspraak zijn.
Het College bevestigde dat de staatssecretaris terecht een boete heeft opgelegd en dat de overtreding van artikel 10, eerste lid, onder e van de Tabaks- en rookwarenwet, gelezen in samenhang met artikel 6.2 van het Besluit, is vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de boete wegens overtreding van het rookverbod in de rookruimte is bevestigd.