Appellante, een biologische melkveehouderij, stelde dat haar werkelijke melkproductie in 2015 hoger was dan vastgesteld en deed een beroep op de knelgevallenregeling wegens ziekte van een van de maten. Verweerder had het fosfaatrecht vastgesteld op basis van geregistreerde dierenaantallen en melkproductie in 2015.
Het College oordeelt dat appellante onvoldoende bewijs heeft geleverd voor een hogere melkproductie en dat de knelgevallenregeling niet van toepassing is omdat niet is voldaan aan de 5%-drempel. Verder is niet aannemelijk gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last oplegt, mede omdat de uitbreiding van het bedrijf zonder de benodigde vergunningen is gedaan.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 september 2021.