ECLI:NL:CBB:2021:645
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op startersregeling en toetsing fosfaatrechtenstelsel aan eigendomsrecht
Appellante exploiteert een melkveebedrijf en verzocht om ophoging van haar fosfaatrechten op grond van de startersregeling. Verweerder stelde dit verzoek af omdat appellante niet voldeed aan de cumulatieve voorwaarden, onder meer omdat zij geen nieuw bedrijf was maar een voortzetting van een bestaand bedrijf met gewijzigde structuur.
Appellante voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht schendt en dat zij door gezondheidsproblemen binnen de vennootschap noodgedwongen moest uitbreiden, waardoor sprake zou zijn van een individuele en buitensporige last. Verweerder betwistte dit en stelde dat de investeringen voorzienbaar waren en dat het stelsel noodzakelijk is ter bescherming van milieu en volksgezondheid.
Het College oordeelde dat appellante niet aan de startersregeling voldoet en dat het fosfaatrechtenstelsel verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De individuele last van appellante is niet buitensporig omdat zij zelf de ondernemersrisico’s draagt en op de peildatum niet beschikte over de vereiste vergunningen. De belangen van milieu en volksgezondheid wegen zwaarder dan de belangen van appellante.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar verzoek tot ophoging van fosfaatrechten wordt ongegrond verklaard.