ECLI:NL:CBB:2021:633
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling individuele en buitensporige last fosfaatrechtenstelsel bij melkveehouderij
Appellante, een melkveehouderijondernemer, stelde dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantastte en dat zij een individuele en buitensporige last droeg door de vastgestelde melkveefosfaatreferentie (mvfr). Zij had in 2013 geïnvesteerd in uitbreiding van haar bedrijf en stelde dat de late besluitvorming over de mvfr haar uitbreidingsplannen had belemmerd.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel en het Wvgm-stelsel verschillende wettelijke regelingen zijn met eigen doelstellingen en dat een individuele last in het ene stelsel niet automatisch doorwerkt in het andere. Het College benadrukte dat ondernemersbeslissingen inherent risico's met zich meebrengen en dat niet ieder vermogensverlies een individuele en buitensporige last vormt.
Het College vond de investeringsbeslissingen van appellante niet navolgbaar gezien de afschaffing van het melkquotum en de te verwachten productiebeperkende maatregelen. Verder was appellante vanaf 8 april 2015 bevoegd haar veebestand uit te breiden, maar zij koos ervoor dit niet te doen, wat als ondernemersrisico wordt aangemerkt.
Het belang van milieubescherming en naleving van de Nitraatrichtlijn woog zwaarder dan de belangen van appellante. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit niet in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.