ECLI:NL:CBB:2021:110
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechten en startersregeling bij melkveehouderij na ongeval en investeringen
Appellante exploiteert een melkveehouderij en voerde beroep aan tegen het besluit van verweerder om haar fosfaatrecht vast te stellen zonder toepassing van de startersregeling. Zij stelde dat zij door investeringen en bijzondere omstandigheden, waaronder een ongeval van een arbeidskracht, als nieuw gestart bedrijf moest worden aangemerkt en dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last voor haar vormde.
Het College oordeelde dat appellante niet voldoet aan de strikte voorwaarden van de startersregeling omdat zij het bedrijf voortzet van een eerdere eigenaar met een bestaande oprichtingsvergunning. Ook is niet voldaan aan de voorwaarden omtrent het aantal melk- en kalfkoeien en de start van melkproductie voor de peildatum. De investeringen en vertraging door het ongeval zijn ondernemersrisico's die niet leiden tot een individuele en buitensporige last.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsprocedure is overschreden, waardoor appellante recht heeft op een schadevergoeding van €1.000,-, waarvan €500,- door verweerder en €500,- door de Staat wordt betaald. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden verdeeld tussen verweerder en de Staat.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellante ontvangt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.