ECLI:NL:CBB:2019:599
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling generieke korting fosfaatrechtenstelsel en individuele last melkveehouderij
Appellante exploiteert een melkveehouderij en betwist de toepassing van een generieke korting op haar fosfaatrechten, omdat zij ook landbouwgrond in België gebruikt. Zij stelt dat dit leidt tot een individuele en buitensporige last in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Tevens wijst zij op vertraging van bedrijfsuitbreiding door dierziekte.
Het College overweegt dat alleen in Nederland gelegen landbouwgrond meetelt voor het fosfaatrecht en dat de generieke korting wettelijk is toegestaan en niet leidt tot een individuele en buitensporige last. Het gebruik van Belgische grond voor mestafzet is onvoldoende om een uitzondering te rechtvaardigen. De vertraging door dierziekte wordt niet erkend als grond voor een afwijkend oordeel, mede omdat aan de knelgevallenregeling niet is voldaan.
Het College verwijst naar eerdere uitspraken waarin het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met het recht op eigendom. De voorzienbaarheid van het stelsel en de mogelijkheid voor melkveehouders om hun bedrijfsvoering aan te passen spelen een rol. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten vanwege een gebrekkige motivering van het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.