ECLI:NL:RVS:2026:2294
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Belanghebbendheid FNV bij bestuurlijke boete aan transportonderneming bevestigd
FNV voerde aan dat zij als belangenbehartiger van vrachtwagenchauffeurs betrokken moet worden bij de bestuurlijke boeteprocedure tegen een transportonderneming wegens overtreding van rusttijden. De minister had FNV niet als belanghebbende erkend en verklaarde haar bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank bevestigde dit oordeel, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze beslissing.
De Afdeling stelt vast dat de brief van de minister van 23 december 2020 geen besluit is en dat de notitie van FNV geen verzoek om handhaving vormt. Vervolgens verduidelijkt de Afdeling de criteria voor belanghebbendheid bij boetebesluiten, waarbij een voldoende objectief, actueel, eigen en persoonlijk belang vereist is. Voor rechtspersonen geldt dat zij hun algemene en collectieve belangen moeten behartigen en feitelijke werkzaamheden moeten verrichten die dit aantonen.
De Afdeling volgt niet de conclusie van de advocaat-generaal dat alleen bij een verzoek om handhaving belanghebbendheid kan ontstaan, maar stelt dat ook andere omstandigheden kunnen leiden tot belanghebbendheid. In dit geval is het collectieve belang van FNV bij naleving van arbeids- en rusttijdenregels voldoende specifiek en rechtstreeks geraakt door het boetebesluit.
De Afdeling vernietigt het besluit dat FNV niet-ontvankelijk verklaarde en draagt de minister op opnieuw te beslissen op het bezwaar van FNV. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan FNV.
Uitkomst: FNV is belanghebbende bij het boetebesluit en de minister moet opnieuw beslissen op haar bezwaar.