Uitspraak
200407359/1, AB 2005, 234, is de Afdeling thans van oordeel dat een belangenorganisatie die voor het belang van haar leden opkomt, daarmee opkomt voor een collectief belang, tenzij het tegendeel blijkt. Blijkens haar statuten, zoals deze luidden ten tijde van het instellen van het beroep, stelt appellante zich ten doel met alle wettige middelen de belangen van haar leden te behartigen en de maatschappelijke positie en de welvaart van de land- en tuinbouwbedrijven in het algemeen te bevorderen. Het belang van de agrariërs in de polder Zevenhoven deel 1, waarvoor appellante in deze procedure opkomt, is derhalve een belang dat zij, gelet op haar statutaire doelstelling, in het bijzonder behartigt. Appellante kan dan ook worden aangemerkt als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, in samenhang met het derde lid, van de Awb bij het onderhavige goedkeuringsbesluit.