ECLI:NL:RVS:2016:2649
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belanghebbendheid werknemers bij handhavingsverzoek Wet minimumloon en Wet arbeid vreemdelingen
Werknemers van een zeesleepdienst hebben de minister verzocht handhavend op te treden tegen twee bedrijven wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm) en de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Zij stelden dat deze bedrijven buitenlandse zeevarenden illegaal tewerkstellen en onderbetalen, wat oneerlijke concurrentie oplevert en hun werkgelegenheid bedreigt.
De minister voerde aan dat het verzoek geen formeel handhavingsverzoek was en dat de werknemers geen belanghebbenden zijn bij een boetebesluit tegen de bedrijven, omdat zij daardoor niet rechtstreeks worden geraakt. De rechtbank oordeelde echter dat de werknemers wel belanghebbenden zijn en dat de minister onterecht geen besluit had genomen op het verzoek.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Afdeling stelt dat het fundamentele recht op arbeid van de werknemers rechtstreeks wordt geraakt door een boetebesluit tegen de bedrijven, omdat overtredingen kunnen leiden tot verslechtering van hun arbeidspositie en concurrentiepositie. Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.