ECLI:NL:RVS:2025:456
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie voor afgeloste private schulden binnen Hersteloperatie Toeslagen
De zaak betreft het hoger beroep van een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire tegen de afwijzing van haar verzoek om compensatie voor drie afgeloste private schulden bij ING. De minister van Financiën wees de aanvragen af omdat de schulden niet voldeden aan de voorwaarden van opeisbaarheid vóór 1 juni 2021 zoals vereist in artikel 4.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
De rechtbank oordeelde dat de schulden niet opeisbaar waren en dat de hardheidsclausule niet hoefde te worden toegepast omdat er geen schrijnende situatie was. De appellant stelde dat het evenredigheidsbeginsel en de hardheidsclausule toepassing behoefden, omdat zij de schulden met het ontvangen bedrag uit de Catshuisregeling direct had afgelost en daardoor geen compensatie kon ontvangen.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. Het toetsingsverbod verhindert dat de rechter de wet in formele zin toetst aan algemene rechtsbeginselen zoals het evenredigheidsbeginsel. De wetgever heeft bewust gekozen voor het criterium van opeisbaarheid vóór 1 juni 2021 om misbruik te voorkomen. De hardheidsclausule kan alleen in bijzondere schrijnende situaties worden toegepast, maar de appellant heeft onvoldoende concrete omstandigheden aangevoerd die dit rechtvaardigen.
De Afdeling concludeert dat de minister terecht heeft besloten geen compensatie te verlenen voor de afgeloste schulden en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van compensatie voor afgeloste schulden omdat deze niet voldeden aan de opeisbaarheidsvoorwaarden van de Wet hersteloperatie toeslagen.