ECLI:NL:RBDHA:2025:19086
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens te late aanmelding herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres diende op 15 april 2024 een aanvraag in voor herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag, nadat zij aanvankelijk dacht niet in aanmerking te komen vanwege de meerderjarigheid van haar dochter. Verweerder wees de aanvraag af wegens overschrijding van de wettelijke aanmeldtermijn van 1 januari 2024, zoals vastgelegd in artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
Eiseres voerde aan dat zij door onjuiste veronderstellingen en culturele aspecten niet tijdig kon aanvragen en stelde onbehoorlijk bestuur en schending van het reciprociteitsbeginsel vast. De rechtbank oordeelde dat de aanmeldtermijn dwingend is en dat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding of schrijnende omstandigheden.
De rechtbank benadrukte dat de ruime aanmeldperiode van ruim drieënhalf jaar voldoende gelegenheid bood en dat het de eigen verantwoordelijkheid van eiseres was zich te informeren. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het reciprociteitsbeginsel faalde eveneens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding.