Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2754

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
ARN 25/1215
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1 WhtArt. 9.1 WhtAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herbeoordeling kinderopvangtoeslag wegens te late aanvraag zonder bijzondere omstandigheden

Eiseres heeft zich op 21 juni 2024 gemeld voor een integrale herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag over de jaren 2005 tot en met 2013. De Dienst Toeslagen heeft haar aanvraag afgewezen omdat deze na de uiterste aanmeldtermijn van 2 januari 2024 was ingediend. Eiseres voerde aan dat zij de Nederlandse taal niet machtig was en niet op de hoogte was van de regeling, en dat haar kinderen in het buitenland haar administratie regelden.

De rechtbank overweegt dat de Wet hersteloperatie toeslagen een dwingende aanmeldtermijn kent om de uitvoerbaarheid van de hersteloperatie te waarborgen. Hoewel er ruimte is voor toepassing van de hardheidsclausule bij schrijnende omstandigheden, heeft eiseres onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij in een dergelijke situatie verkeert. De door haar genoemde omstandigheden worden niet als schrijnend beoordeeld.

De rechtbank stelt vast dat de Dienst Toeslagen voldoende heeft gedaan om gedupeerden te informeren, ook in meerdere talen, en dat eiseres niet tot de groep behoorde die actief werd benaderd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de afwijzing van de aanvraag blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de herbeoordelingsaanvraag wegens te late indiening zonder bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/1215

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

en

Dienst Toeslagen

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres. Eiseres heeft zich op 21 juni 2024 gemeld voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen (de dienst) heeft de aanvraag afgewezen, omdat de aanvraag te laat is ingediend. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het verzoek tot herbeoordeling terecht is afgewezen omdat het verzoek te laat is ingediend. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

1.2.
Met het besluit van 29 juli 2024 heeft de dienst de aanvraag van eiseres afgewezen. Met de beslissing op bezwaar van 29 januari 2025 is de dienst bij deze afwijzing gebleven.
1.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 5 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de zoon van eiseres [naam zoon] en de gemachtigde van de dienst.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres heeft zich op 21 juni 2024 gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een integrale herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2005 tot en met 2013.
2.1.
De dienst heeft de aanvraag met het besluit van 29 juli 2024 afgewezen, omdat de aanvraag te laat is ingediend. Eiseres kon zich namelijk tot 2 januari 2024 aanmelden en zij heeft geen bijzondere redenen gegeven om hierop een uitzondering te maken. Met de beslissing op bezwaar van 29 januari 2025 is de dienst bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
De hersteloperatie toeslagen
3. De Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) voorziet in een bestuursrechtelijke procedure voor de afhandeling van schade die is omkleed met alle waarborgen die de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt. Op grond van artikel 6.1, eerste lid, van de Wht dient een aanvraag voor compensatie ingediend te worden vóór 2 januari 2024. Deze uiterste aanvraagdatum is door de wetgever dwingend geformuleerd. Een motie om de aanmeldingsdeadline voor gedupeerden te schrappen is door de Tweede Kamer verworpen. [1] Het stellen van een harde aanmeldingsdeadline is volgens de wetgever noodzakelijk om de hersteloperatie beheersbaar en uitvoerbaar te houden. Zonder een dergelijke deadline zou de operatie onnodig kunnen worden uitgerekt, wat de uitvoerbaarheid zou bemoeilijken en de beschikbare middelen zou kunnen overbelasten.
3.1.
Dat laat onverlet dat het kabinet van mening is dat ouders die zich in een bijzondere situatie bevinden waardoor het niet eerder mogelijk was zich aan te melden en die zich in een schrijnende situatie bevinden, kans moeten hebben hun zaak te laten beoordelen. [2] Daarom heeft het kabinet besloten om in gevallen waarin er omstandigheden zijn die een geldige reden kunnen vormen voor een te late aanmelding, gekeken zal worden of er sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding. De ouder dient dan aan te geven waarom het niet is gelukt om zich op tijd aan te melden en in welke schrijnende situatie de ouder zich bevindt. De wetgever heeft daarbij geen voorbeelden geformuleerd, maar heeft deze ruimte opengelaten voor de dienst om hieraan in de praktijk een nadere invulling te geven. De mogelijkheid om af te wijken van de aanmeldtermijn volgt uit de hardheidsclausule die is opgenomen in artikel 9.1 van de Wht. Aangezien eiseres een beroep doet op deze hardheidsclausule rust op haar de bewijslast om voldoende aannemelijk te maken dat toepassing van de aanmeldtermijn in haar geval leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Is er sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is?
4. Eiseres voert aan dat dat zij de Nederlandse taal niet machtig is en dat zij daardoor niet op de hoogte was van de mogelijkheid om een integrale herbeoordeling aan te vragen. Zij heeft over een mogelijke herbeoordeling ook geen post ontvangen van de dienst. Haar kinderen regelen haar administratie. Zij wonen in het buitenland en waren ook niet op de hoogte van de herstelregeling. Nadat de zoon van eiseres was teruggekeerd naar Nederland en hoorde over de herstelregeling, heeft hij eiseres meteen aangemeld. Tijdens de zitting heeft de zoon van eiseres hieraan toegevoegd dat de dienst uit zichzelf alle gedupeerden van de toeslagenaffaire had moeten benaderen. De dienst weet zelf immers wie benadeeld zijn. Ook waren zij niet bijzonder veel te laat met de aanmelding.
4.1.
De beroepsgrond slaagt niet. De dienst heeft terecht geconcludeerd dat er in het geval van eiseres geen sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor een overschrijding van de aanmeldtermijn van 2 januari 2024 verschoonbaar is. Volgens de rechtspraak is bijvoorbeeld sprake van dergelijke bijzondere omstandigheden als er sprake is van actuele schrijnende omstandigheden, zoals serieuze en structurele financiële nood, ernstige medische omstandigheden of andere ontwrichtende persoonlijke omstandigheden. [3] De dienst heeft in de beslissing op bezwaar en tijdens de zitting voldoende toegelicht dat er in dit geval geen sprake is van bijzondere omstandigheden, zodat de dienst geen aanleiding hoefde te zien om de hardheidsclausule toe te passen. De door eiseres genoemde omstandigheden zijn immers niet schrijnend te noemen. Uit de Memorie van Toelichting volgt dat destijds bewust de keuze is gemaakt om alleen ouders actief te benaderen als bij de dienst bekend is dat er een grote kans bestaat dat zij gedupeerd zijn, bijvoorbeeld omdat zij deel uitmaakten van een CAF-zaak of een O/GS-kwalificatie hadden. [4] Eiseres is dus terecht niet persoonlijk benaderd, omdat zij niet behoort tot de groep ouders waarvan op grond van de beschikbare data al kon worden geconcludeerd dat er een grote kans was dat zij gedupeerd was. Met de ruime aanmeldtermijn van drie jaar heeft de wetgever rekening gehouden met ouders die stress en financiële problemen hebben, ook als gevolg van de toeslagenaffaire. Ook heeft de dienst zich ingezet om alle mogelijk gedupeerden op de hoogte te brengen van de hersteloperatie en de geldende aanmeldtermijn (via televisie, krant, sociale media en de website). De gemachtigde van de dienst heeft op de zitting ook toegelicht dat dit in meerdere talen is gebeurd. Dit heeft eiseres ook niet weersproken.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. De dienst mocht de aanvraag voor herbeoordeling afwijzen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Stroink, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Kamerstukken II 2023/24, 31 066, nr. 1306 (Motie Temmink over aanmeldingsdeadline toeslagenaffaire), verworpen bij Handelingen Tweede Kamer van 26 oktober 2023, nr 18, item 80.
2.Dit volgt uit de brief van de staatssecretaris aan de voorzitter van de Tweede Kamer van 24 november 2023.
4.Kamerstukken II 2021/22, 36 151, nr. 3, p. 18.