ECLI:NL:RVS:2024:1066
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing openbaarmaking openbaar volmachtregister Raad van State op grond van de Wet open overheid
Op 15 augustus 2022 verzocht appellant de Raad van State om openbaarmaking van het openbare volmachtregister op grond van artikel 4 van Pro de Regeling financieel beheer van het Rijk (RfbR). De Raad wees dit verzoek gedeeltelijk af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 4.2, tweede lid, van de Wet open overheid (Woo), met name of deze bepaling bestuursorganen verplicht documenten te vervaardigen die nog niet bestaan maar op grond van een wettelijk voorschrift wel hadden moeten worden opgesteld. De rechtbank had geoordeeld dat de Woo, net als de vervallen Wet openbaar bestuur (Wob), geen vervaardigingsplicht bevat, maar slechts ziet op openbaarmaking van al bestaande documenten.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitleg. De toevoeging "op grond van enig wettelijk voorschrift" in artikel 4.2 Woo brengt geen nieuwe vervaardigingsplicht mee. De bepaling betreft de plicht om informatie te vorderen van degene die erover beschikt, niet om nieuwe documenten te maken. Ook de argumenten van appellant over de rechtsstatelijke functie van bestuursorganen en het belang van een openbaar volmachtregister slagen niet binnen de Woo.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de Raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot openbaarmaking van het volmachtregister bevestigd.