ECLI:NL:RVS:2023:832
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang en kostenverhaal bij wegslepen voertuig met buitenlands kenteken
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 29 november 2017 spoedeisende bestuursdwang toegepast door het voertuig van appellant, geparkeerd op een plek met een tijdelijk parkeerverbod, weg te slepen en in bewaring te stellen. Op 8 januari 2018 verleende het college toestemming voor vernietiging van het voertuig, dat op 11 januari 2018 feitelijk werd gedemonteerd.
Appellant voerde aan dat het parkeerverbod niet correct was aangegeven en dat het wegslepen onnodig was. De rechtbank oordeelde dat het college redelijk had gehandeld en dat het indirecte onderscheid naar nationaliteit objectief gerechtvaardigd was. In hoger beroep stelde appellant dat het college niet aan zijn kennisgevingsplicht had voldaan en dat de vernietiging van het voertuig daarom onrechtmatig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college het besluit tot bestuursdwang niet aan appellant kon bekendmaken vanwege het buitenlandse kenteken en het ontbreken van aangifte van vermissing, waardoor de vernietiging van het voertuig niet mocht plaatsvinden. Het besluit tot vernietiging ontbeert daarmee wettelijke grondslag en moet worden vernietigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het besluit tot kostenverhaal en vernietiging van het voertuig wordt vernietigd en het college moet opnieuw beslissen; schadevergoeding en proceskosten worden toegekend aan appellant.