ECLI:NL:RVS:2023:3966
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over internationale beschermingsstatus Syriër in Bulgarije
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde de asielaanvraag van een Syrische vreemdeling niet-ontvankelijk omdat Bulgarije hem internationale bescherming verleende op 19 januari 2022. De vreemdeling had Bulgarije verlaten voordat hij een verblijfsdocument ontving en vreesde dat nieuwe Bulgaarse wetgeving tot intrekking van zijn status zou leiden.
De rechtbank oordeelde dat onduidelijk was of de vreemdeling nog een subsidiaire beschermingsstatus had, maar de Raad van State vernietigde dit oordeel. De Afdeling stelde dat het Bulgaarse agentschap voor vluchtelingen (SAR) pas een intrekkingsprocedure start als het verblijfsdocument langer dan drie jaar is verlopen en dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat zijn status was ingetrokken.
De vreemdeling voerde aan dat hij in Bulgarije een reëel risico loopt op schending van fundamentele rechten door de 'zero integration policy' en een catch-22 situatie. De Raad van State oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden omdat de situatie niet zo ernstig is dat er een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest is.
Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond.