Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteitdragende persoon, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat hij in Bulgarije internationale bescherming had ontvangen. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser reeds bescherming genoot in Bulgarije.
Eiser voerde aan dat terugkeer naar Bulgarije zou leiden tot een situatie in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU, vanwege slechte behandeling door politie, gebrek aan huisvesting, inkomen en medische zorg, en structurele materiële deprivatie. Hij ondersteunde dit met een update van het AIDA-rapport 2023, een eerdere uitspraak van deze rechtbank en foto’s van misstanden.
De Bulgaarse autoriteiten bevestigden schriftelijk dat eiser nog subsidiaire bescherming heeft en bereid zijn hem terug te nemen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Bulgarije zijn verdragsverplichtingen nakomt. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in Bulgarije een situatie van ernstige materiële deprivatie en schending van fundamentele rechten zal ondervinden.
De rechtbank concludeerde dat de algemene omstandigheden in Bulgarije niet zodanig zijn dat statushouders structureel en langdurig geen toegang hebben tot basisbehoeften. Ook het beroep op corruptie en onmogelijkheid tot klagen faalde, aangezien eiser slechts één politiebureau benaderde. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.