ECLI:NL:RVS:2023:3380
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- P.H.A. Knol
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor woontoren ondanks geschil over planregels en hoogteaccent
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende aan BRECOD een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woontoren met 183 woningen en uitbreiding van een parkeergarage aan het Maanplein 110 in Den Haag. Een omwonende, appellant, maakte bezwaar tegen deze vergunning, met name vanwege de hoogte van de woontoren en de toepassing van planregels uit het bestemmingsplan "Omgevingsplan Binckhorst".
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en vernietigde het besluit van het college, omdat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het hoogteaccent van 73,1 meter was toegestaan en oordeelde dat een planregel over zorgvuldige inpassing van hoogbouw onverbindend was wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Het college nam een nieuw besluit, waarbij het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard met een aanvullende ruimtelijke onderbouwing.
In hoger beroep betwistte appellant onder meer de verbindendheid van verschillende planregels, de motivering van het hoogteaccent, de toepassing van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid, en de gevolgen voor bezonning en stikstofdepositie. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank, oordeelde dat het evidentiecriterium correct was toegepast bij de toetsing van planregels, en dat de aanvullende motivering van het college toereikend was. Ook werd het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.