ECLI:NL:RVS:2021:2649
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestemmingsplan Omgevingsplan Binckhorst: bescherming bestaande bedrijfsactiviteiten en plansystematiek
De raad van de gemeente Den Haag stelde het bestemmingsplan Omgevingsplan Binckhorst vast met als doel de transformatie van de wijk Binckhorst naar een gemengde stadswijk. Het plan onderscheidt regels voor bestaande en nieuwe activiteiten en bevat een tabel met bestaande activiteiten en richtafstanden. Diverse appellanten, waaronder bedrijven en bewoners, stelden beroep in tegen het plan vanwege onder meer onduidelijkheden in de tabel, onjuiste richtafstanden en mogelijke onevenredige beperkingen van bestaande bedrijfsactiviteiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het plan getoetst aan het recht en de criteria van een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling oordeelt dat de raad beleidsruimte heeft om af te zien van specifieke bedrijfsbestemmingen en te kiezen voor een flexibele plansystematiek met de functie "Transformatiegebied". Wel is vastgesteld dat de tabel met bestaande activiteiten op onderdelen onvoldoende duidelijkheid en rechtszekerheid biedt, met name waar de aard van de activiteiten niet concreet is omschreven.
Verder is geconcludeerd dat de begripsomschrijving van "bestaande activiteiten" in de bijlage niet volledig aansluit bij de beoogde reikwijdte, wat leidt tot rechtsonzekerheid. De Afdeling acht het peilmoment voor bestaande activiteiten voldoende duidelijk. De raad mocht de richtafstanden baseren op het omgevingstype gemengd gebied. De planregel die rekening houdt met de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven (artikel 7.2.1, onder n) biedt voldoende waarborgen tegen onevenredige inperking.
Individuele bezwaren van appellanten over onjuiste aanduidingen, richtafstanden en oppervlaktegegevens zijn deels gegrond verklaard, deels verworpen. De Afdeling oordeelt dat de vergunningplicht voor nieuwe activiteiten rechtmatig is ingesteld. Het plan voldoet aan de eisen van milieuzonering voor motorbrandstoffenverkooppunten met LPG. De Afdeling concludeert dat het plan op onderdelen onzorgvuldig is voorbereid en in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, maar de systematiek en bescherming van bestaande bedrijfsactiviteiten in redelijkheid zijn vastgesteld.
Uitkomst: Het bestemmingsplan is in redelijkheid vastgesteld, maar op onderdelen onzorgvuldig voorbereid en in strijd met rechtszekerheid vanwege onduidelijkheden in de tabel en begripsomschrijving.