ECLI:NL:RVS:2018:1505
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
De vreemdeling werd op 14 februari 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende schadevergoeding toe vanwege onvoldoende voortvarendheid van de staatssecretaris bij het leggen van de Dublinclaim.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het vertrekgesprek op de zesde dag van de bewaring een handeling van directe betekenis is voor de overdracht en dat de staatssecretaris daarmee voldoende voortvarend had gehandeld. De grief van de staatssecretaris slaagde.
Vervolgens toetste de Afdeling de maatregel van bewaring aan de gronden uit de eerste aanleg en concludeerde dat de staatssecretaris terecht geen lichter middel toepaste, ondanks de wens van de vreemdeling om zelfstandig terug te keren naar Frankrijk. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.