ECLI:NL:RVS:2022:871
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.P.M. van Ravels
- B.J. Schueler
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens permanente bewoning recreatieterrein
Verzoeker woonde van maart 2012 tot maart 2021 permanent in een chalet op een recreatieterrein in Arnhem en beschikte over een persoons- en objectgebonden omgevingsvergunning. Het college weigerde handhavend op te treden tegen permanente bewoning zonder vergunning, wat door verzoeker werd aangevochten. De Afdeling verklaarde eerdere besluiten onrechtmatig, maar stelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij schade had geleden door de weigering tot handhaving.
Verzoeker stelde schade te hebben geleden in de vorm van derving van woongenot en levensvreugde, evenals kosten voor vervangende woonruimte, verhuis- en inrichtingskosten, advertentiekosten, een lening en inkomensverlies. De Afdeling oordeelde dat de schade uitsluitend vanaf het besluit van mei 2017 kan worden toegerekend en dat verzoeker onvoldoende concrete gegevens had over de omvang en het oorzakelijk verband van de schade.
Ook het beroep op immateriële schade wegens psychische klachten werd afgewezen vanwege gebrek aan objectieve onderbouwing. De Afdeling wees voorts het betoog af dat de brief van december 2020 een intrekking van de vergunning inhield en dat daardoor schadevergoeding op grond van artikel 4:20f Awb kon worden gevorderd.
De Afdeling concludeerde dat het college niet aansprakelijk is voor de gestelde schade, waaronder de kosten van vervangende woonruimte en bedreigingen door andere bewoners. Het verzoek om schadevergoeding werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens permanente bewoning op het recreatieterrein wordt afgewezen.