ECLI:NL:RVS:2017:836
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing proceskostenvergoeding en schadevergoeding huurtoeslag
De Belastingdienst/Toeslagen had de huurtoeslag van appellante over 2011 vastgesteld en een bedrag teruggevorderd. Na bezwaar stelde de dienst de aanspraak herzien vast en kwam daarmee volledig tegemoet aan het bezwaar van appellante. Appellante verzocht vervolgens om vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens psychisch letsel.
De rechtbank wees deze verzoeken af omdat alleen proceskosten genoemd in het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen en appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij door het onrechtmatige besluit in haar persoon was aangetast. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel.
De Afdeling overwoog dat immateriële schadevergoeding slechts toekomt bij ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer of persoonlijkheidsrechten, en dat psychisch onbehagen en gekwetst voelen niet volstaan. De verklaring van de psychiater van appellante maakte niet aannemelijk dat haar gezondheidsproblemen het gevolg waren van het besluit. Ook het verzoek om proceskostenvergoeding faalde wegens onvoldoende motivering.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er bestond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de eerdere afwijzing van proceskostenvergoeding en schadevergoeding bevestigd.