ECLI:NL:RVS:2022:766
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens twijfel aan betrouwbaarheid
De korpschef van politie weigerde op 11 september 2019 toestemming aan MAN Beveiliging V.O.F. om appellant als beveiliger te laten werken vanwege twijfels over zijn betrouwbaarheid. Dit was mede gebaseerd op eerdere incidenten waarin appellant zonder toestemming beveiligingswerkzaamheden verrichtte en niet de vereiste zorg bood.
De rechtbank vernietigde het besluit van de korpschef om bezwaar ongegrond te verklaren, omdat de korpschef eerder op 6 mei 2019 ten onrechte toestemming had verleend aan een ander beveiligingsbedrijf. De rechtbank liet de rechtsgevolgen van dat besluit echter in stand en oordeelde dat de korpschef zich op redelijke gronden op het standpunt kon stellen dat appellant niet betrouwbaar was.
In hoger beroep betwist appellant dat de eerdere toestemming op een evidente fout berustte en stelt dat de beleidsregels onevenredig zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de korpschef terecht heeft geoordeeld dat appellant niet betrouwbaar is, gelet op meerdere processen-verbaal en politiemutaties die bevestigen dat appellant zonder toestemming beveiligingswerkzaamheden verrichtte.
De Afdeling overweegt dat de korpschef beoordelingsruimte heeft en dat de betrouwbaarheid van beveiligingsmedewerkers boven elke twijfel moet staan. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat appellant geen concrete vergelijkbare gevallen heeft aangevoerd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van toestemming voor appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten wegens twijfel aan zijn betrouwbaarheid.