ECLI:NL:RVS:2022:3839
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid asielaanvragen wegens ontbreken hulp Cypriotische autoriteiten
De staatssecretaris heeft op 17 oktober 2022 de aanvragen van de vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdelingen gingen hiertegen in beroep bij de rechtbank Den Haag, die op 22 november 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdelingen stelden vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat van de vreemdelingen mag worden verwacht dat zij eerst de hulp van de Cypriotische autoriteiten inroepen. Omdat de vreemdelingen niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij dit hadden gedaan, kon niet worden geconcludeerd dat de Cypriotische autoriteiten hen niet willen of kunnen beschermen.
De Afdeling wees op haar eerdere uitspraak van 9 februari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:244) en stelde dat het hoger beroep geen vragen bevatte die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen bevestigd.