ECLI:NL:RBDHA:2023:2878
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag wegens internationale bescherming in Cyprus
Eiser, een Syrische nationaliteit, heeft sinds 15 juli 2019 internationale bescherming in Cyprus. Hij verzocht in Nederland om een verblijfsvergunning asiel, maar verweerder verklaarde zijn aanvraag niet-ontvankelijk en vaardigde een terugkeerbesluit uit. Eiser betoogde dat Cyprus zijn verdragsverplichtingen jegens hem niet nakomt, onder meer vanwege gebrek aan huisvesting, werk, financiële hulp en sociale voorzieningen, en dat hij dagelijks te maken had met discriminatie en bedreigingen.
De rechtbank overwoog dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag aannemen dat Cyprus zijn verplichtingen nakomt. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit niet het geval is. De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan deze hoge bewijsdrempel, mede gelet op rapporten van AIDA en UNHCR die weliswaar problemen signaleren, maar geen bewijs leveren dat de situatie van eiser leidt tot een schending van fundamentele rechten.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen woning kan vinden, geen werk kan verrichten of geen toegang heeft tot onderwijs en financiële ondersteuning. Ook heeft eiser niet aangetoond dat hij zich tot Cypriotische autoriteiten heeft gewend voor bescherming. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wegens internationale bescherming in Cyprus.