ECLI:NL:RVS:2022:335
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verkorte sluiting oude melkfabriek wegens drugsvondst
De burgemeester van Waadhoeke besloot het pand aan de locatie in Ried, een oude melkfabriek, voor twaalf maanden te sluiten vanwege een omvangrijke drugsvondst tijdens een politie-inval. De eigenaren, [persoon A] en [persoon C], en hun zoon [persoon B] voerden bezwaar aan tegen deze maatregel. De rechtbank verklaarde het bezwaar van [persoon B] ontvankelijk en oordeelde dat de sluiting van twaalf maanden niet evenredig was, waarna zij de sluitingstermijn verkortte tot zes maanden.
De burgemeester ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, terwijl de eigenaren voorwaardelijk incidenteel hoger beroep instelden. De Raad van State oordeelde dat het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep verviel omdat het hoger beroep van de burgemeester ongegrond werd verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de sluiting van twaalf maanden disproportioneel is, mede omdat de eigenaren niet betrokken waren bij de drugshandel en redelijkerwijs niet op de hoogte konden zijn van de drugs in het pand.
De Raad benadrukte dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd welk verwijt aan de eigenaren kon worden gemaakt en dat de gevolgen van de sluiting, waaronder het verlies van woonruimte en bedrijfsactiviteiten, zwaarwegend zijn. De Afdeling oordeelde dat een sluiting van zes maanden voldoende is om de doelen van het besluit te bereiken zonder onredelijke nadelige gevolgen voor de eigenaren. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de verkorte sluiting van het pand voor zes maanden en verklaart het hoger beroep van de burgemeester ongegrond.