ECLI:NL:RVS:2022:2475
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbenschap bij handhavingsverzoek tegen werkzaamheden in Natura 2000-gebied
Appellanten hebben het college van gedeputeerde staten van Overijssel verzocht handhavend op te treden tegen werkzaamheden van het Waterschap Vechtstromen in het kader van het project "Omvorming Vecht, deelgebied Karshoek-Stegeren". Zij stelden dat hiervoor een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming vereist was vanwege de gevolgen voor het Natura 2000-gebied Vecht- en Beneden-Reggegebied.
Het college wees het verzoek op 23 juni 2020 af, omdat niet was gebleken dat de Wet natuurbescherming was overtreden. Het bezwaar van appellanten tegen dit besluit werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij geen belanghebbenden waren. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat appellanten op circa 700 meter van de werkzaamheden wonen en geen feitelijke gevolgen ondervinden.
Appellanten voerden aan dat zij op ongeveer 240 meter van het Natura 2000-gebied wonen en dat zij daardoor wel belanghebbenden zijn. Ook betoogden zij dat de niet-ontvankelijkverklaring in strijd is met artikel 9 van Pro het Verdrag van Aarhus. De Afdeling overwoog dat voor belanghebbendheid niet de afstand tot het Natura 2000-gebied, maar de directe gevolgen op het perceel of de woning van appellanten bepalend zijn. Aangezien appellanten geen zicht, geluidsoverlast of andere hinder van de werkzaamheden aannemelijk hadden gemaakt, zijn zij geen belanghebbenden. Het Verdrag van Aarhus is niet van toepassing op het besluit tot afwijzing van het handhavingsverzoek en biedt geen grond voor toegang tot de rechter.
Het subsidiaire betoog dat het college het verzoek onterecht inhoudelijk heeft behandeld, faalt eveneens. Het verzoek was geen aanvraag om een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, zodat het college het verzoek ten onrechte als zodanig in behandeling heeft genomen. Het bezwaar was daarom niet-ontvankelijk. Het hoger beroep is ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.