ECLI:NL:RBLIM:2026:2311
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering handhaving zonder concreet zicht op legalisatie vergunning rundveehouderij
Eisers verzochten handhaving tegen een rundveehouderij en mestverwerkingsinstallatie wegens overtreding van artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming (Wnb) door het ontbreken van een vergunning. Verweerder weigerde handhavend op te treden, stellende dat er concreet zicht op legalisatie was vanwege een ingediende vergunningaanvraag en een waarschuwing aan de derde-partij.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte sommige eisers als belanghebbenden aanmerkte, omdat zij geen zicht hadden op het bedrijf en te ver van de locatie woonden. Voor de overige eisers en een eiseres werd het beroep inhoudelijk behandeld. De rechtbank stelt vast dat er weliswaar een overtreding is, maar dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd dat er concreet zicht op legalisatie was. De latere aanvulling op de vergunningaanvraag en de erkenning van onduidelijkheid en twijfels over de vergunningverlening maken aannemen van concreet zicht niet gerechtvaardigd.
De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens moet verweerder het griffierecht en proceskosten aan eisers vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en beveelt nieuwe besluitvorming omdat geen concreet zicht op legalisatie bestond.