ECLI:NL:RVS:2022:2157
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- H.G. Sevenster
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning bioraffinage-installatie wegens procedurele gebreken en ontbreken milieueffectrapport
Het college van gedeputeerde staten van Limburg verleende op 29 maart 2018 een omgevingsvergunning aan RMS Venlo B.V. voor het oprichten en in werking hebben van een bioraffinage-installatie. Diverse appellanten, waaronder de Vereniging Behoud de Parel en een groep bewoners, stelden beroep in tegen deze vergunning. De rechtbank Limburg verklaarde een deel van het beroep niet-ontvankelijk en vernietigde de vergunning deels vanwege geur- en geluidvoorschriften.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de rechtbank ten onrechte een deel van het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. Tevens is vastgesteld dat na terinzagelegging van het ontwerpbesluit ingrijpende wijzigingen zijn aangebracht, waaronder de bouw van een grote ontvangsthal, zonder dat een nieuw ontwerpbesluit ter inzage is gelegd. Dit is in strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb.
Daarnaast concludeert de Afdeling dat de inrichting moet worden aangemerkt als een geïntegreerde chemische installatie volgens categorie 21.6 van het Besluit milieueffectrapportage, waarvoor voorafgaand aan de vergunningverlening een milieueffectrapport had moeten worden opgesteld. Het ontbreken hiervan maakt het besluit strijdig met artikel 7.28 van de Wet milieubeheer. De Afdeling vernietigt daarom de gehele omgevingsvergunning en veroordeelt het college tot vergoeding van proces- en deskundigenkosten.
Uitkomst: De omgevingsvergunning wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proces- en deskundigenkosten.