ECLI:NL:RVS:2022:2057
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging bestuurlijke boete wegens overtreding beroepskracht-kindratio bij kinderopvang
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde aan een stichting een bestuurlijke boete van €210.000,- op wegens 42 overtredingen van de Wet kinderopvang, specifiek de beroepskracht-kindratio. Na bezwaar en rechtbankuitspraak werd de boete verlaagd tot €17.500,- voor 14 overtredingen. Zowel het college als de stichting gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht uitging van 33 overtredingen, gebaseerd op inspectierapporten en roosters, en dat het college bevoegd was de boete op te leggen. De stichting slaagde er niet in voldoende twijfel te zaaien over de juistheid van de overtredingen. De Afdeling verwierp het betoog dat het college de zaak aan het Openbaar Ministerie had moeten voorleggen of dat de termijn voor het opleggen van de boete was overschreden.
De Afdeling vond de matiging van de boete door de rechtbank met twee derde te hoog en matigde de boete tot €49.500,-, rekening houdend met de ernst, recidive, samenhang van overtredingen, en herstelmaatregelen van de stichting. De Afdeling vernietigde het eerdere vonnis en stelde zelf de boete vast. Het incidenteel hoger beroep van de stichting werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt vastgesteld op €49.500,- wegens 33 overtredingen van de beroepskracht-kindratio.