ECLI:NL:RVS:2022:1788
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijkheid terugkeer naar Italië voor Malinese statushouder in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde de aanvraag van een Malinese vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk, omdat de vreemdeling internationale bescherming had verkregen in Italië. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat zij oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat het redelijk was dat de vreemdeling naar Italië terugkeert.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter vast dat de rechtbank ten onrechte de motivering van de staatssecretaris betwistte, omdat de vreemdeling een geldige verblijfsvergunning had in Italië en daarmee een vereiste band met dat land. De Afdeling verwierp ook het beroep van de vreemdeling dat de situatie voor statushouders in Italië zodanig slecht zou zijn dat terugkeer in strijd zou zijn met het EVRM en het EU-Handvest.
De Afdeling concludeerde dat de situatie van statushouders in Italië niet vergelijkbaar is met die in Griekenland, waar de leefomstandigheden wel als onmenselijk werden beoordeeld. De door de vreemdeling overgelegde informatie en persoonlijke omstandigheden boden geen aanleiding voor een ander oordeel. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, dat van de vreemdeling ongegrond, en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en dat van de vreemdeling ongegrond; het beroep wordt alsnog ongegrond verklaard.