ECLI:NL:RVS:2021:1627
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.G. Sevenster
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens Griekse bescherming
De vreemdeling met de Syrische nationaliteit diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland, welke door de staatssecretaris op 12 oktober 2020 niet-ontvankelijk werd verklaard omdat Griekenland hem op 30 maart 2020 internationale bescherming had verleend. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak.
De kern van het geschil betreft de vraag of de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Griekenland en of de vreemdeling geen reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest bij terugkeer. De Afdeling beoordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd dat de situatie in Griekenland niet zodanig is verslechterd door een wetswijziging in maart 2020 die het recht op opvang en materiële voorzieningen voor statushouders heeft ingeperkt.
De Afdeling overweegt dat de Griekse autoriteiten en ngo's weliswaar niet onverschillig zijn, maar in de praktijk statushouders vaak niet kunnen voorkomen dat zij niet in basisbehoeften kunnen voorzien. De motivering van de staatssecretaris voldoet niet aan de hoge eisen van het arrest Ibrahim. Daarom wordt het besluit vernietigd en moet de staatssecretaris de proceskosten van €2.992,00 vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de asielaanvraag niet-ontvankelijk te verklaren wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.