ECLI:NL:RBNNE:2022:2751
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onvoldoende bewijs mijnbouwschade aan woning
Eiseres diende op grond van de Tijdelijke wet Groningen een aanvraag in voor schadevergoeding aan haar woning, waarvan verweerder het verzoek afwees. Na bezwaar en een hoorzitting handhaafde verweerder het besluit. Eiseres stelde beroep in tegen deze afwijzing.
De rechtbank beoordeelde het bewijsvermoeden uit artikel 6:177a BW dat schade door bodembeweging vermoed wordt, maar verweerder wist dit vermoeden te weerleggen met deskundigenrapporten die andere oorzaken zoals krimp, uitzetting, vorstschade en bouwkundige kenmerken aanwijzen. Eiseres bracht geen contra-expertise in en ging onvoldoende in op deze specifieke oorzaken.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat haar situatie vergelijkbaar was met andere woningen die wel vergoeding kregen. De rechtbank concludeerde dat verweerder het bewijsvermoeden met voldoende zekerheid heeft weerlegd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van schadevergoeding wegens mijnbouwschade wordt ongegrond verklaard.