6.4.De rechtbank ziet, gelet op de aard en omvang van de schade, en de adviezen die hierover reeds zijn uitgebracht, geen aanleiding verweerder de gelegenheid te bieden nader bewijs te leveren ter onderbouwing van de stelling dat het bewijsvermoeden wel kan worden weerlegd. Voor de begroting zal worden aangesloten bij de onder 3. genoemde bijlage.
7. De rechtbank is dan ook van oordeel dat voor schades 1 tot en met 4 een aanvullende vergoeding moet worden toegekend van € 1.286,64 inclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 november 2020 tot en met de dag van betaling. De rechtbank zal met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb bepalen dat verweerder dat bedrag alsnog dient toe te kennen.
8. In het bestreden besluit is (op blz. 4) ingegaan op een opgenomen aanvullende schade (bijlage 3, foto aanvullende schade). Voor de beoordeling van deze schade is aangesloten bij de beoordeling van schades 1 tot en met 4. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, dient verweerder deze schade alsnog te begroten en toe te kennen.
9. Nu het beroep van eiser gegrond is, zal de rechtbank verweerder veroordelen in de kosten die eiser in beroep heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten Bestuursrecht vast op € 1.518,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor van 1). Daarnaast ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten van de aanvullende contra-expertise van De Wit tot een bedrag van € 150,- inclusief BTW, zoals vermeld in de factuur van 15 december 2021.
10. Daarnaast bepaalt de rechtbank dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht aan hem vergoedt tot een bedrag van € 181,-.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover is beslist over schades 1 tot en met 4 en de als bijlage 3 opgenomen aanvullende schade;
- bepaalt dat de aan eiser toe te kennen vergoeding voor schades 1 tot en met 4
- bepaalt dat verweerder de herstelkosten van de als bijlage opgenomen aanvullende schade dient te begroten en dient te beslissen over de hoogte van de toe te kennen vergoeding voor deze schade;
- laat het bestreden besluit voor het overige in stand;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een totaalbedrag
van € 1.668;
- draagt verweerder op om het door eiser betaalde griffierecht van € 181,- aan hem te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, rechter, in aanwezigheid van mr. R.E.J. Jansen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: