ECLI:NL:RVS:2022:1628
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperking terugvordering zorgtoeslag voorschotten 2017-2018 wegens toeslagpartnerschap
De zaak betreft het hoger beroep van de Belastingdienst/Toeslagen tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant over de herziening en terugvordering van zorgtoeslag voor de jaren 2017 en 2018 toegekend aan [wederpartij B]. [Wederpartij A] betoogde als toeslagpartner aanspraak te maken op herziening van de toeslagen.
De rechtbank oordeelde dat de zorgtoeslag voor 2017 en 2018 niet op nihil mocht worden vastgesteld, omdat de Belastingdienst/Toeslagen op de hoogte was of had kunnen zijn van het toeslagpartnerschap. De Belastingdienst/Toeslagen stelde zich hiertegen op het standpunt dat voorschotten geen gerechtvaardigd vertrouwen scheppen en dat zij bevoegd was de voorschotten te herzien.
De Raad van State bevestigt dat de Belastingdienst/Toeslagen bevoegd was de voorschotten over 2017 en 2018 te herzien, omdat het toeslagpartnerschap sinds 2010 bestond en niet was betrokken bij de oorspronkelijke berekening. Wel oordeelt de Afdeling dat volledige terugvordering van de teveel ontvangen voorschotten onevenredig is, gelet op het langdurige partnerschap, het samenlevingscontract en het feit dat de Belastingdienst/Toeslagen niet volledig op de hoogte was door gebrek aan koppeling van systemen. Daarom wordt de terugvordering beperkt tot 50% van de voorschotten.
Uitkomst: De terugvordering van de zorgtoeslag voorschotten 2017 en 2018 wordt beperkt tot 50 procent wegens het toeslagpartnerschap en onvolledige informatievoorziening.