ECLI:NL:RVS:2022:138
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.M.H. Hoogvliet
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring Wob-verzoeken wegens misbruik van recht
De zaak betreft hoger beroep van appellanten tegen de niet-ontvankelijkverklaring van hun bezwaren tegen besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die hun Wob-verzoeken afwezen wegens vermeend misbruik van recht.
De appellanten hadden verzocht om openbaarmaking van documenten over PSTVd-tests uit 2012 en 2013, deels overlappend met eerdere verzoeken van een familielid. De minister stelde dat de verzoeken waren ingediend met een ander doel dan waarvoor de Wob is bedoeld en verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderzocht of de bevoegdheid tot het indienen van Wob-verzoeken zonder redelijk doel of met kwade trouw was aangewend. De Afdeling stelde dat het enkel verzoeken om informatie voor een andere procedure niet automatisch misbruik van recht oplevert en dat appellanten openbaarheid voor een ieder beogen.
Daarom vernietigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de minister, verklaarde de beroepen gegrond en droeg de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werden proceskosten aan appellanten toegekend.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van de Wob-verzoeken wegens misbruik van recht is vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.