ECLI:NL:RVS:2021:734
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- H. Troostwijk
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten handhaving bomenkap, houtwallen, egalisatie en opslag in agrarisch gebied
De zaak betreft een geschil tussen een bewoner en het college van burgemeester en wethouders van Gennep over handhaving van vermeende overtredingen op een agrarisch perceel. De appellant verzocht het college om handhavend op te treden tegen verhardingen, kap van bomen, aantasting van houtwallen, egalisatie van gronden, het leggen van betonplaten en het gebruik van het perceel voor opslag.
De rechtbank vernietigde eerder een besluit van het college, waarna de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het besluit van 24 april 2019 gedeeltelijk vernietigde en het college opdroeg een nieuw besluit te nemen. Het college nam vervolgens besluiten in februari en april 2020, waarbij het handhavingsverzoeken grotendeels afwees, behalve een last onder dwangsom voor het verwijderen van verharding.
De Afdeling oordeelt dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de kap van bomen bij de houtwal, de egalisatie en betonplaten, en het gebruik van het perceel voor opslag. Ook is het besluit van 11 februari 2020 onvolledig omdat het college volstond met een voornemen tot handhaving in plaats van een definitief besluit. De intrekking van de last onder dwangsom is gegrond omdat de verharding inmiddels is gelegaliseerd.
De besluiten van 11 februari en 3 april 2020 worden vernietigd voor zover zij de weigering tot handhaving betreffen, en het college wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Het beroep tegen de intrekking van de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De besluiten van 11 februari en 3 april 2020 worden vernietigd voor zover zij weigering tot handhaving betreffen; het college moet een nieuw besluit nemen.