ECLI:NL:RVS:2021:327
Raad van State
- Hoger beroep
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen niet-recreatief gebruik recreatiewoningen in Soesterberg
Het college van burgemeester en wethouders van Soest heeft op 17 juni 2019 een handhavingsbesluit genomen tegen het niet-recreatieve gebruik van recreatiewoningen op een perceel in Soesterberg, eigendom van appellant sub 1 en geëxploiteerd door Jachthuis. Het gebruik door arbeidsmigranten werd gezien als strijdig met het bestemmingsplan 'Landelijk gebied'.
Appellant sub 1 en Jachthuis voerden aan dat tijdelijke bewoning door arbeidsmigranten geen strijdig gebruik oplevert en betwistten de juistheid van de BRP-gegevens waarop het college zich baseerde. De rechtbank oordeelde echter dat tijdelijke bewoning als hoofdverblijf niet is toegestaan en dat de BRP-inschrijvingen een aanwijzing zijn voor permanente bewoning. Handhavend optreden was daarom gerechtvaardigd.
Verder stelden appellanten dat bijzondere omstandigheden, zoals het ontbreken van eerdere handhaving en financiële gevolgen, tot afzien van handhaving zouden moeten leiden. De rechtbank en de Raad van State oordeelden dat deze omstandigheden geen reden vormen om af te zien van handhaving, mede gezien het algemeen belang en de gefaseerde aanpak van het college.
De Raad van State verklaarde de hoger beroepen ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee het handhavingsbesluit in stand bleef.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het handhavingsbesluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.