ECLI:NL:RVS:2021:2869
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt schadevergoeding wegens onrechtmatige grensdetentie door uitstel asielgehoor
Op 19 augustus 2021 diende de vreemdeling een asielverzoek in aan de buitengrens en werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd voor de duur van de asielprocedure. Het nadere asielgehoor, oorspronkelijk gepland op 28 augustus 2021, werd uitgesteld tot 10 september 2021 vanwege een opgelegde quarantainemaatregel.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de detentie ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat de detentie rechtmatig was omdat niet was aangetoond dat het asielverzoek evident niet binnen de wettelijke termijn kon worden afgehandeld. De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd waarom het gehoor niet eerder kon plaatsvinden ondanks de quarantaine.
De Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarendheid betrachtte om de detentie zo kort mogelijk te houden, waardoor de grensdetentie vanaf 28 augustus 2021 onrechtmatig was. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en de vreemdeling kreeg een schadevergoeding toegekend. Tevens werden de proceskosten aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: De grensdetentie was onrechtmatig door onvoldoende voortvarendheid bij het uitstellen van het asielgehoor; de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.