ECLI:NL:RVS:2021:2515
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens overschrijding redelijke termijn in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het verzoek van de vreemdeling om opheffing van zijn ongewenstverklaring af. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar wees een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze afwijzing en klaagde terecht dat de rechtbank een onjuist beoordelingskader hanteerde voor de redelijke termijn. Volgens vaste rechtspraak geldt een totale termijn van vier jaar voor bezwaar en twee rechterlijke instanties, waarbij de termijn aanvangt bij ontvangst van het bezwaarschrift.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de redelijke termijn met bijna vier maanden was overschreden, waarbij de staatssecretaris en de rechtbank elk een deel van de overschrijding moeten dragen. De schadevergoeding werd forfaitair vastgesteld op €500, waarvan €125 ten laste van de staatssecretaris en €375 ten laste van de Staat. Tevens werden proceskosten toegekend en verdeeld tussen beide partijen.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor het schadevergoedingsverzoek, en de genoemde vergoedingen en kosten werden toegewezen aan de vreemdeling.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd en schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.