Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , eiseres,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 500,-.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, geboren in 1945 en van Angolese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij haar zoon, een Nederlandse staatsburger. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling van het mvv-vereiste, mede vanwege onvoldoende medische noodzaak en het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht alle relevante feiten en omstandigheden had meegewogen en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij meer dan normaal afhankelijk was van haar zoon. De medische situatie van eiseres was al bekend in Angola waar zij zichzelf lange tijd zelfstandig kon redden. Nieuwe omstandigheden die ter zitting werden aangevoerd konden niet worden meegewogen omdat deze na het bestreden besluit waren ontstaan.
Het beroep op de Commissie Schrijnende Zaken en het gelijkheidsbeginsel werden verworpen omdat de situatie van eiseres niet voldeed aan de criteria voor bijzondere omstandigheden of objectieve belemmeringen. Wel stelde de rechtbank vast dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden en kende eiseres een schadevergoeding van €500 toe, omdat de termijnoverschrijding volledig aan verweerder kon worden toegerekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres ontvangt een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.