ECLI:NL:RVS:2020:884
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen besluit geen geluidwerende voorzieningen bij woning Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft bij besluit van 6 september 2017 medegedeeld dat er geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht bij de woning van appellant vanwege het niet accepteren van het aanbod van Rijkswaterstaat. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het college voldoende pogingen heeft gedaan om appellant te horen, maar dat appellant niet binnen een redelijke termijn heeft gereageerd, waardoor afzien van horen gerechtvaardigd was. Verder is vastgesteld dat het aanbod van Rijkswaterstaat inclusief ventilatievoorzieningen noodzakelijk is om te voldoen aan het Bouwbesluit 2012 en dat appellant het aanbod niet ondubbelzinnig heeft aanvaard.
Ten aanzien van de vordering tot betaling van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen, oordeelt de Afdeling dat appellant geen ingebrekestelling conform de Awb heeft gedaan en dat er geen beroep openstaat tegen het uitblijven van een beschikking tot vaststelling van de hoogte van een dwangsom. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen geluidwerende voorzieningen aan te brengen wordt ongegrond verklaard.