ECLI:NL:RVS:2020:509
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- J.J. van Eck
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens hennepkwekerij en harddrugsproductie
De burgemeester heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een woning in Eindhoven voor onbepaalde tijd, minimaal 360 dagen, gesloten vanwege de aanwezigheid van een hennepkwekerij, harddrugs en een gevaarlijke elektriciteitsinstallatie. Na diverse bestuursdwangbesluiten en een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, is hoger beroep ingesteld door de eigenaar van de woning.
De eigenaar betoogde dat de sluiting een punitieve sanctie was, dat er geen verhandelbare drugs aanwezig waren, dat hij niet persoonlijk betrokken was bij de overtredingen en dat de sluiting en kostenverhaal onevenredig waren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de sluiting een bestuurlijke maatregel is gericht op het beëindigen en voorkomen van overtredingen en niet op leedtoevoeging. De aanwezigheid van grote hoeveelheden harddrugs, een in aanbouw zijnde hennepplantage en een drugslaboratorium rechtvaardigen een langdurige sluiting.
Het college en burgemeester hebben de ernst van de situatie gemotiveerd, waarbij ook de aanwezigheid van motorclubattributen en een eerder schietincident een rol speelden. De eigenaar had onvoldoende toezicht gehouden op het gebruik van de woning. De Afdeling vond de duur van de sluiting evenredig en zag geen aanleiding voor schadevergoeding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De sluiting van de woning wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.